programma


Kampvuur

Bij Scouting stoken we vaak kampvuur. Om te eten, voor de warmte of voor de gezelligheid. Het is goed te weten hoe een vuur werkt. Om te weten hoe je een vuur aanmaakt, moet je eerst weten hoe die uit moet.

Voor een vuur heb je 3 elementen nodig: zuurstof, brandstof en een minimale ontbrandingstemperatuur. Haal je één van deze weg, dan zal het vuur uitgaan. Als de brandweer blust met schuim, dan halen ze zuurstof weg. Vuur hark je uit elkaar om grote brandende stukken te laten uitgaan. Met water haal je en zuurstof weg én laat je de temperatuur dalen. Pas op, olie kun je niet blussen met water, zet dus de deksel op de pan om het zuurstof weg te halen.Een mooi kampvuur bouw je klein op in piramidevorm. Binnenin leg je tondel, ofwel klein droog en dus brandbaar materiaal. Denk aan papiersnippers, berkebast of kleine splinters hout die je met je zakmes hebt gesneden.

Daaromheen zet je klein droog aanmaakhout. Als het tondel brand slaat het vuur hierop over. Als het aanmaakhout knettert, zit je goed. Leg vooraf voldoende brandhout eromheen om te zorgen dat het vuur groter wordt en niet kleiner. Eventueel leg je om de rand wat natter hout dat zo eerst kan drogen. De piramide wordt dan een blokhut.

Voorbeeld van een kampvuur opbouw